Bedrijfssparen voor kleine DGA’s toegestaan

Financiën heeft de uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen aangepast aan de Belastingherziening 2001. De nieuwe bestedingsdoelen voor een deblokkering van het spaarloon enz. binnen vier jaar zijn in de regeling opgenomen. Tevens is de uitsluiting van werknemers/aanmerkelijk-belanghouders versoepeld: de uitsluiting is beperkt tot directeuren-aandeelhouders met een belang van tenminste één derde gedeelte van het geplaatste aandelenkapitaal.

De bedrijfsspaarregelingen blijven onder het nieuwe belastingstelsel gehandhaafd, maar wel met de nodige wijzigingen. Die wijzigingen zijn recent vastgelegd in de uitvoeringsregeling voor bedrijfsspaarregelingen. De meest opvallende wijzigingen zijn:
- De vrijgestelde bedragen (een premie van f 1.158,- op de premiespaarregeling en f 1.736,- voor de spaarloon- of winstdelingsregeling) worden bevroren, de werkgever is ter zake een eindheffing van 15% verschuldigd.
- De nieuwe mogelijkheden voor deblokkering - het bekostigen van verlof, de financiering van scholingsuitgaven en het starten van een eigen onderneming - zijn nader uitgewerkt in de ministeriële regeling.
- Vanaf 1 januari 2001 is het niet meer mogelijk om ingehouden spaargelden rechtstreeks aan te wenden voor de voldoening van verzekeringspremies.
- De mogelijkheid is vervallen om de in te houden spaargelden gelijk te stellen aan de door de werknemer te betalen lijfrente- of pensioenpremie. Voor werknemers die vóór 2001 gebruik maakten van deze mogelijkheid is een overgangsregeling getroffen.
- Ingehouden spaargelden, waarvoor de spaarpremie definitief is toegekend, mogen geen deel (meer) uitmaken van het saldo van een premiespaarrekening.
- De uitsluiting van directeuren-aandeelhouders is beperkt tot werknemers die (al dan niet tezamen met hun partner en bloed- en aanverwanten in de rechte lijn) direct of indirect, voor ten minste een derde gedeelte aandeelhouder in de BV zijn*.

* Een DGA kan de uitsluiting ook vermijden als er naast hem en zijn partner nog andere personen bij de BV in loondienst zijn.
  De toekomst van bedrijfsspaarregelingen is uiterst onzeker nadat de werkgevers in ons land nadrukkelijk hebben laten weten dat zij niet bereid zijn om de 15% eindheffing vanaf 1 januari 2001 voor hun rekening te nemen. De versoepeling van de regeling voor kleine directeuren-aandeelhouders met een belang van minder dan 1/3 in de BV sluit aan bij het arrest van de Hoge Raad van december 1999, waarin uitsluitend directeuren-aandeelhouders met een dergelijk belang werden uitgesloten van de bedrijfsspaarregelingen.