Vakantiedagen

Volgens de wet heeft iedere werknemer recht op vier weken vakantie per jaar. Wie vijf dagen per week werkt, heeft dus recht op ten minste (4x5=) 20 vakantiedagen. Wie in deeltijd werkt heeft naar rato recht op vakantiedagen.
Werk je bijvoorbeeld twee dagen per week, dan heb je recht op (4x2=) 8 vakantiedagen. Een deeltijder hoeft immers ook minder dagen op te nemen om toch een hele week vrij te zijn.
Het wettelijke minimum van vier weken vakantie wordt in de meeste bedrijfstakken in Nederland als erg weinig beschouwd. Vaak is het gebruikelijke aantal tussen de 23 en 25 vakantiedagen per jaar. Als er een CAO geldt, dan is het aantal vakantiedagen daarin vastgelegd.

In de vakantiewetgeving die per 1 februari 2001 is ingegaan, wordt een sterker onderscheid gemaakt tussen het wettelijk minimaal aantal vakantiedagen waar je recht op hebt en de bovenwettelijke vakantiedagen. Bovenwettelijke vakantiedagen zijn die vakantiedagen die je extra krijgt bóvenop het wettelijk minimum aantal dagen van 20 dagen bij fulltime dienstverband. De vakantiewetgeving per 1 februari 2001 biedt werkgever en werknemer meer mogelijkheden om afspraken te maken over deze bovenwettelijke vakantiedagen.
Er is een overgangsregeling van 3 jaar die duurt tot 1 februari 2004. Gedurende drie jaar kan alleen bij het bestaan van een CAO (en dus niet bij een schriftelijke overeenkomst tussen werkgever en werknemer) worden afgeweken van de nieuwe regels.

Opbouw van vakantie

Als werknemer bouw je ‘al werkend' vakantiedagen op.

In de praktijk komt het echter vaak voor dat de vakantiedagen voor het hele jaar aan het begin van het jaar of direct bij indiensttreding worden toegekend. Ga je halverwege het jaar uit dienst, dan moet je je ‘niet-opgebouwde' vakantiedagen weer inleveren. Of je teveel opgenomen vakantiedagen terugbetalen.

Opbouw bij ziekte

Als je ziek bent, bouw je maar beperkt vakantiedagen op. Je hebt alleen recht op vakantiedagen voor de laatste zes maanden van je ziekte.

Neem je zelf ontslag terwijl je nog ziek bent, dan vervallen die tijdens je ziekte opgebouwde vakantiedagen.

Vakantiedagen opnemen

Volgens de wet kunnen opgebouwde vakantierechten ook in uren opgenomen worden.
De werkgever is verplicht de werknemer de gelegenheid te geven om zijn of haar wettelijk minimum vakantiedagen van een jaar op te nemen. Ook bij een zwaarwegend bedrijfsbelang mag hiervan niet worden afgeweken. Werknemers hebben in 2001 meer zeggenschap gekregen in de planning van hun vakantie. Als er geen sprake is van een collectieve vakantie, moet de werkgever in principe instemmen met de vakantiewensen van de werknemer tenzij dat grote problemen oplevert voor de bedrijfsvoering. De werknemer moet zijn of haar vakantievoorstel schriftelijk indienen. Als de werkgever het vakantievoorstel in zijn bezit heeft, heeft hij twee weken de tijd om zijn eventuele bezwaren tegen het ingediende vakantievoorstel schriftelijk aan de werknemer kenbaar te maken. Heeft de werkgever niet schriftelijk binnen die twee weken zijn eventueel bezwaar kenbaar gemaakt, dan wordt de vakantie automatisch vastgesteld conform de wensen van de werknemer.
Het is mogelijk om van bovenstaande procedure af te wijken, maar alleen voor de bovenwettelijke vakantiedagen. Dan dient echter wel een andere termijn schriftelijk te worden vastgesteld voor het opnemen van deze bovenwettelijke vakantiedagen.

Als werknemer blijf je recht houden op de dagen die je niet hebt opgenomen, je neemt ze gewoon 'mee' naar het volgende jaar (zie ook 'vervallen').

Als je ziek bent en je gaat op vakantie, dan geldt de regel dat schriftelijk vastgesteld moet zijn of en zo ja, hoeveel vakantiedagen op voorhand bij ziekte ingeruild worden. Alleen de bovenwettelijke vakantiedagen van het lopende jaar kunnen worden ingeruild. Als een werknemer ziek wordt tijdens zijn of haar vakantie, mogen ziektedagen alleen als vakantiedagen worden gezien als werkgever en werknemer hierover van tevoren een schriftelijke afspraak hebben gemaakt betreffende de bovenwettelijke vakantiedagen van het lopende jaar.

Ziektedagen en bijzondere verlofdagen (calamiteitenverlof, vakbondsverlof, politiek verlof, etc.) kunnen op voorstel van de werkgever (deels) als vakantie in aanmerking komen. Werknemer kan hiermee niet instemmen, waardoor de vakantiedagen niet worden ingeruild voor deze dagen. Voor de inruil van vakantiedagen in een dergelijk geval mogen alleen bovenwettelijke vakantiedagen van het lopende jaar worden gebruikt en eventueel opgespaarde vakantiedagen van het voorgaande jaar.

Zwangerschapsverlof mag niet meer als vakantie worden aangemerkt.

In sommige CAO's (bijvoorbeeld de bouw) is een collectieve vakantieperiode afgesproken. Als er in de CAO geen collectieve vakantieperiode is vastgelegd, mag een werkgever die ook zelf vaststellen. Dit kan alleen met instemming van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging. Die instemming is ook nodig voor het aanwijzen van collectieve vakantiedagen (bijvoorbeeld de dag na Hemelvaart).

Vervallen

Vakantiedagen vervallen volgens de wet vijf jaar nadat de aanspraak op de vakantiedag is ontstaan (zie ook ‘opbouw vakantie'). Wie nog vakantiedagen van een vorig jaar ‘over' heeft, neemt deze dus gewoon mee naar het volgende jaar. De eerstvolgende vakantiedag die je in dat jaar opneemt wordt geacht een oude vakantiedag te zijn. Vervolgens moet uit de verlofregistratie duidelijk blijken welke vakantiedagen wanneer zijn ontstaan, om te kunnen bepalen welke dagen vervallen.

Uitbetalen

Werknemer en werkgever kunnen schriftelijk overeenkomen dat de bovenwettelijke vakantiedagen worden uitbetaald. Wettelijk miminum vakantiedagen van het lopende jaar kunnen niet worden afgekocht in het lopende jaar.

Einde dienstverband

Bij einde dienstverband kan de werknemer resterende vakantiedagen laten uitbetalen door de oude werkgever en bij de nieuwe werkgever vakantiedagen claimen over de dagen welke hem zijn uitbetaald. Alleen voor de bovenwettelijke vakantiedagen kan worden afgesproken dat ze worden ingeruild tegen een vergoeding van een cursus etcetera.

Verlofsparen

Werknemers kunnen op twee manieren deelnemen aan een verlofregeling:

  1. de werknemer kan vakantiedagen sparen
  2. de werknemer kan salaris sparen

De gespaarde verlofdagen worden omgezet in salaris hetgeen net als het gespaarde salaris op een spaarrekening wordt gestort. Er hoeft dan geen loonbelasting over te worden betaald. Pas op het moment van opname van de spaarrekening wordt er over het opgenomen bedrag belasting geheven. Er mag maximaal 10 procent van het brutoloon voor verlof worden gespaard. Het gespaarde bedrag mag niet meer zijn dan een jaarsalaris.

Er is een overgangsregeling van 3 jaar die duurt tot 1 februari 2004. Gedurende drie jaar kan alleen bij het bestaan van een CAO (en dus niet bij een schriftelijke overeenkomst tussen werkgever en werknemer) worden afgeweken van de nieuwe regels. Het betreft de volgende onderwerpen:

  1. Het opbouwen van vakantie over een periode waarover geen loon is verschuldigd zoals bijvoorbeeld ziekte (het betreft bovenwettelijke vakantiedagen inleveren).
  2. De termijn van twee weken waarbinnen de werkgever bezwaar kan maken tegen een verzoek van de werknemer om bovenwettelijke vakantiedagen op te nemen.
  3. De mogelijkheid om tijdens het dienstverband vakantiedagen af te kopen.