Hoeveel vakantiedagen

Volgens de wet heeft iedere werknemer recht op vier weken vakantie per jaar. Wie vijf dagen per week werkt, heeft dus recht op ten minste (4x5=) 20 vakantiedagen. Wie in deeltijd werkt heeft naar rato recht op vakantiedagen. Werk je bijvoorbeeld twee dagen per week, dan heb je recht op (4x2=) 8 vakantiedagen. Een deeltijder hoeft immers ook minder dagen op te nemen om toch een hele week vrij te zijn.
Het wettelijke minimum van vier weken vakantie wordt in de meeste bedrijfstakken in Nederland als erg weinig beschouwd. Vaak is het gebruikelijke aantal tussen de 23 en 25 vakantiedagen per jaar. Als er een CAO geldt, dan is het aantal vakantiedagen daarin vastgelegd.

 

Opbouw van vakantie

Als werknemer bouw je ‘al werkend' vakantiedagen op.

In de praktijk komt het echter vaak voor dat de vakantiedagen voor het hele jaar aan het begin van het jaar of direct bij indiensttreding worden toegekend. Ga je halverwege het jaar uit dienst, dan moet je je ‘niet-opgebouwde' vakantiedagen weer inleveren. Of je teveel opgenomen vakantiedagen terugbetalen.

Opbouw bij ziekte

Als je ziek bent, bouw je maar beperkt vakantiedagen op. Je hebt alleen recht op vakantiedagen voor de laatste zes maanden van je ziekte.

Neem je zelf ontslag terwijl je nog ziek bent, dan vervallen die tijdens je ziekte opgebouwde vakantiedagen.

 

Vakantiedagen opnemen

Volgens de wet heb je als werknemer recht op ten minste twee weken aaneengesloten vakantie. De werkgever moet ervoor zorgen dat de vakantie zoveel mogelijk tussen 30 april en 1 oktober opgenomen kan worden. De werkgever mag bepalen wanneer de vakantie wordt opgenomen, maar alleen na overleg met de werknemer. Is een vakantieperiode eenmaal vastgesteld, dan mag dit alleen in uitzonderlijke situaties (bijvoorbeeld zwaarwegend bedrijfsbelang) worden gewijzigd. De werkgever moet dan de eventuele schade voor de werknemer vergoeden. Bijvoorbeeld de kosten voor het annuleren van een reeds geboekte vakantie.

De werkgever moet de werknemer de gelegenheid geven om zijn of haar opgebouwde vakantiedagen in hetzelfde jaar op te nemen. Alleen in uitzonderlijke situaties (zwaarwegend bedrijfsbelang) mag hiervan afgeweken worden. Als werknemer blijf je recht houden op de dagen die je niet hebt opgenomen, je neemt ze gewoon ‘mee' naar het volgende jaar (zie ook ‘vervallen').

Als je ziek bent en je gaat op vakantie, dan mag je werkgever daar in principe geen vakantiedagen voor afschrijven. Dat mag alleen als je daar als werknemer zelf toestemming voor geeft, of wanneer in de CAO staat dat dat mag.

In sommige CAO's (bijvoorbeeld de bouw) is een collectieve vakantieperiode afgesproken. Als er in de CAO geen collectieve vakantieperiode is vastgelegd, mag een werkgever die ook zelf vaststellen. Dit kan alleen met instemming van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging. Die instemming is ook nodig voor het aanwijzen van collectieve vakantiedagen (bijvoorbeeld de dag na Hemelvaart).

 

Vervallen

Vakantiedagen vervallen volgens de wet twee jaar nadat de aanspraak op de vakantiedag is ontstaan (zie ook ‘opbouw vakantie'). Wie nog vakantiedagen van een vorig jaar ‘over' heeft, neemt deze dus gewoon mee naar het volgende jaar. De eerstvolgende vakantiedag die je in dat jaar opneemt wordt geacht een oude vakantiedag te zijn. Vervolgens moet uit de verlofregistratie duidelijk blijken welke vakantiedagen wanneer zijn ontstaan, om te kunnen bepalen welke dagen vervallen.

 

Uitbetalen

Het uitbetalen van vakantiedagen is volgens de wet verboden. Het enige moment waarop vakantiedagen uitbetaald mogen worden, is wanneer je uit dienst gaat. Uitbetalen is ook ongunstig, omdat je over vakantiedagen extra belasting moet betalen. Als je nog veel vakantiedagen uit voorgaande jaren over hebt, is het dan ook verstandiger om een regeling met de werkgever te treffen. Bijvoorbeeld door vakantiedagen in te plannen, of door ze op te sparen voor langdurig verlof (voor studie, loopbaan-oriëntatie of eerder met pensioen). Tegenwoordig worden in steeds meer CAO's afspraken gemaakt over het sparen van vakantiedagen.