Uitzendwerk

Bij uitzendwerk is altijd sprake van drie partijen: de werknemer, het uitzendbureau en de inlenende werkgever. Je echte werkgever is het uitzendbureau. Daar ben je in dienst en die betaalt ook het salaris. De inlenende werkgever is de organisatie waar je het werk (de opdracht) uitvoert. Die vertelt wat het werk precies inhoudt en wat de dagelijkse regels zijn. Bijvoorbeeld over werktijden en gezamenlijke vrije dagen.

 

De rechten van de uitzendkracht

Hoe langer je bij een uitzendbureau werkt, hoe meer rechten je. Bijvoorbeeld recht op pensioen, scholing of doorbetaling van salaris. Om uit te kunnen zoeken welke rechten je hebt, moet je eerst weten in welke ‘fase' je zit. Zo'n fase is ook bepalend voor je opzegtermijn. In welke fase je zit, hangt af van de tijd die je bij het uitzendbureau werkt.
De fases staan in de CAO voor uitzendkrachten (ABU-CAO).

Er zijn vier fases:

Fase 1: 26 weken

Je zit in fase 1 als je nog geen 26 weken bij een uitzendbureau hebt gewerkt. Werk je maar een paar uur per week? Dan geldt dat toch als één gewerkte week. Die 26 weken hoeven niet op elkaar aan te sluiten. Je moet wel binnen een jaar na een klus weer aan de slag zijn, anders ben je je opgebouwde weken kwijt. Alle gewerkte weken tel je bij elkaar op; zo kom je tot de 26. Je dienstverband met het uitzendbureau stopt, zodra je opdracht is beëindigd. Dat geldt in deze fase en in fase 2.
Let op: Je mag telkens bij verschillende bedrijven werken, maar je moet 26 weken door een en hetzelfde uitzendbureau uitgezonden worden om fase 1 af te sluiten.

Fase 2: zes maanden (na 26 weken van fase 1)

Fase 2 gaat in als je 26 weken bij één uitzendbureau hebt gewerkt. In plaats van weken, ga je nu maanden tellen. In deze fase heb je recht op pensioenopbouw en een scholingsgesprek.

Kijk voor meer informatie over pensioenen voor uitzendkrachten op www.stiplunet.nl

Het dienstverband met het uitzendbureau stopt, net als in fase 1, zodra je opdracht is beëindigd.
Fase 2 is afgerond als je zes maanden voor één uitzendbureau hebt gewerkt. Er mogen in die zes maanden periodes zijn wanneer je niet hebt gewerkt. Maar zo'n ‘werkloze' periode mag niet langer duren dan drie maanden. Is dat wel het geval? Dan begin je van voren af aan maanden te tellen voor fase 2. Ben je er zelfs langer dan een jaar uit geweest? Dan ga je terug naar het begin van fase 1.

Fase 3: een tijdelijk contract van drie maanden

Na 26 weken en zes maanden (fase 1 en 2) kom je als uitzendkracht in fase 3. Nu heb je recht op een tijdelijk contract van tenminste drie maanden met het uitzendbureau. ‘Tijdelijk contract' betekent dat het uitzendbureau het salaris door moet betalen, ook als er even geen werk voor je is.
Om van fase 3 naar fase 4 te komen is er een korte en een langer route:
Werk je nu, net als in fase 1 en 2, steeds voor dezelfde opdrachtgever, dan duurt deze fase maar 6 maanden. Werk je voor verschillende opdrachtgevers dan duurt deze fase 24 kalendermaanden.
Let op: onderbrekingen van maximaal 3 maanden tellen mee! Werk je langer dan 3 maanden niet, dan begin je weer opnieuw te tellen voor fase 3. Ga je er een jaar of langer tussenuit, dan begin je weer bij fase 1.

Fase 4: in vaste dienst!

Voor hetzelfde uitzendbureau heb je nu 1,5 jaar gewerkt bij één opdrachtgever. Of 3 jaar bij verschillende opdrachtgevers. Als je na fase 3 binnen 3 maanden weer werkt voor hetzelfde uitzendbureau, zit je in fase 4. Gefeliciteerd! Want nu ben je automatisch voor onbepaalde tijd in dienst bij dat uitzendbureau.
Let op: Hier staat telkens de term ‘hetzelfde uitzendbureau', maar als je verandert van uitzendbureau neem je je rechten automatisch mee. Als je tenminste bij dezelfde opdrachtgever je werk blijft doen.