Wet flexibiliteit en zekerheid
De Wet flexibiliteit en zekerheid heeft tot doel een goed evenwicht te
vinden tussen flexibiliteit in de bedrijfsvoering voor werkgevers en zekerheid
op werk en inkomen voor werknemers.
Dit geldt in het bijzonder voor flexwerkers, zoals oproepkrachten, hulpkrachten, nul-urenkrachten, stand-by krachten, min-max krachten, telewerkers, thuiswerkers en uitzendkrachten.
Onduidelijkheid over de
arbeidsovereenkomst of het aantal uren
Het is verstandig om afspraken te maken met uw werkgever over de werkrelatie
en deze afspraken schriftelijk vast te leggen.
Rechtsvermoedens
In de praktijk worden werkrelaties niet altijd duidelijk geregeld. Bij
onduidelijkheid over of u inderdaad een arbeidsovereenkomst heeft, of voor
hoeveel uur, ondersteunt de wet u met twee rechtsvermoedens.
Vermoedens onjuist?
De werkgever mag aantonen dat deze vermoedens niet juist zijn. Hij moet
bewijzen dat u geen arbeidsovereenkomst hebt of dat u slechts tijdelijk
overwerkt. De werkgever kan dit doen aan de hand van (schriftelijke) afspraken
met u, en met dienstroosters.
Als u en uw werkgever er samen niet uitkomen, moet de rechter een beslissing nemen.
Oproepkrachten: minimaal 3 uur
loon
Bent u oproepkracht en hebt u een contract van minder dan 15 uur per week?
Dan hebt u recht op ten minste 3 uur loon per oproep. Dus ook als u minder uren
werkt.
Voorwaarden
Deze regeling geldt onder twee voorwaarden:
De regeling geldt dus niet wanneer u:
Doorbetalingsplicht na zes
maanden
De werkgever kan schriftelijk vastleggen dat hij geen loon betaalt als er
geen werk is. In de Wet flexibiliteit en zekerheid wordt deze mogelijkheid
beperkt tot maximaal de eerste 6 maanden waarin u bij de werkgever in dienst
bent. Daarna moet hij u als er geen werk is toch loon betalen. De periode van 6
maanden kan alleen in een CAO worden verlengd.
Meerdere arbeidsovereenkomsten
De periode van 6 maanden kan bestaan uit meer arbeidsovereenkomsten.
Bijvoorbeeld: u hebt een tijdelijke arbeidsovereenkomst van 3 maanden. Een
volgende overeenkomst die direct of binnen uiterlijk 3 maanden wordt afgesloten,
telt mee voor de periode van 6 maanden.
Proeftijd: maximaal 1 of 2
maanden
Uw werkgever moet een proeftijd schriftelijk vastleggen.
Uw proeftijd moet even lang zijn als voor uw werkgever.
Maximaal 1 maand
De proeftijd mag maximaal 1 maand duren bij:
Alleen in een CAO mag een langere proeftijd worden afgesproken, maar nooit langer dan 2 maanden.
Maximaal 2 maanden
De proeftijd mag maximaal 2 maanden duren bij:
Tijdelijke arbeidsovereenkomsten
Een tijdelijke arbeidsovereenkomst afsluiten
Een tijdelijke arbeidsovereenkomst wordt afgesloten voor een bepaalde duur
die de werkgever en u samen afspreken. Op het afgesproken tijdstip eindigt de
overeenkomst automatisch. Uw werkgever hoeft geen opzegtermijn in acht te nemen
of toestemming aan het arbeidsbureau te vragen.
Tussentijds opzeggen
Een tijdelijke arbeidsovereenkomst mag alleen vóór de afgesproken datum
worden opgezegd wanneer u en uw werkgever dit van tevoren schriftelijk hebben
afgesproken. Wel geldt dan een opzegtermijn. Ook moet de werkgever een
vergunning aanvragen bij het arbeidsbureau
Een tijdelijke arbeidsovereenkomst verlengen
Uw werkgever kan uw tijdelijke arbeidsovereenkomst verlengen.
Hiervoor gelden de volgende regels:
Uw werkgever kan meer tijdelijke arbeidsovereenkomsten na elkaar met u afsluiten. Hij moet dat direct of binnen maximaal 3 maanden na afloop van de vorige overeenkomst doen. Elke overeenkomst eindigt automatisch op de afgesproken datum. Uw werkgever kan echter niet onbeperkt uw arbeidsovereenkomst verlengen.
Overgangsregeling
Had u op 1 januari 1999 een verlengde tijdelijke arbeidsovereenkomst die tot
dan alleen met toestemming van het arbeidsbureau kan worden opgezegd, dan zou u
na 1 januari 1999 ineens deze ontslagbescherming verliezen. Daarom is een
overgangsregeling gemaakt. Uw werkgever kan deze verlengde overeenkomst toch
alleen met toestemming van het arbeidsbureau opzeggen. Verlengt hij de
arbeidsovereenkomst vervolgens nog met een derde arbeidsovereenkomst, dan moet
hij ook deze overeenkomst tijdig opzeggen met een ontslagvergunning en met een
opzegtermijn.
Een tijdelijke arbeidsovereenkomst toch
opzeggen
Soms eindigt een tijdelijke arbeidsovereenkomst niet automatisch, maar moet
hij door uw werkgever vooraf opgezegd worden. Dit geldt voor:
- door u en uw werkgever met wederzijdse instemming is beëindigd, of
- door uw werkgever niet rechtsgeldig is opgezegd, bijvoorbeeld zonder ontslagvergunning.
De tijdelijke arbeidsovereenkomst moet wel binnen
3 maanden volgen op het vaste dienstverband. Ook mag de tijdelijke
arbeidsovereenkomst niet wezenlijk verschillen van het vaste dienstverband,
behalve wat het tijdelijk karakter betreft.
De opzegtermijn wordt in dit geval berekend vanaf het begin van het vaste
dienstverband, met inbegrip van de tussenpoos van maximaal 3 maanden.
Van tijdelijke arbeidsovereenkomst naar vast
dienstverband
Uw werkgever kan uw tijdelijke arbeidsovereenkomst niet onbeperkt verlengen.
In de volgende gevallen verandert een tijdelijke arbeidsovereenkomst automatisch
in een vast dienstverband:
Voor de bepaling wanneer een tijdelijke arbeidsovereenkomst verandert in een vast dienstverband, tellen tijdelijke arbeidsovereenkomsten vóór 1 januari 1999 mee, mits zij steeds binnen 3 maanden zijn verlengd.
Let op!
De regeling geldt ook voor tijdelijke arbeidsovereenkomsten met werkgevers
die gezien het werk dat u doet elkaars opvolger zijn. Dit is bijvoorbeeld het
geval als u als uitzendkracht eerst via een uitzendbureau bij een werkgever
werkt en de werkgever u daarna rechtstreeks in dienst neemt.
Uitzonderingen
De regeling van omzetting in een vast dienstverband geldt niet
Afwijken bij overeenkomst of CAO
U en uw werkgever kunnen afspreken dat een vast dienstverband al ontstaat na
1 of 2 tijdelijke arbeidsovereenkomsten, of na 2 jaar.
U kunt niet samen het aantal overeenkomsten of de periode van 36 maanden verruimen. Dit kan alleen in een CAO. Zo kan in de CAO afgesproken zijn dat een vast dienstverband pas ingaat na 6 in plaats van 3 tijdelijke arbeidsovereenkomsten, of na 42 in plaats van 36 maanden. Uw werkgever of de vakbond kunnen vertellen of dergelijke CAO-afspraken zijn gemaakt.
Overgangsregeling
Een tijdelijke arbeidsovereenkomst die vóór 1 januari 1999 is afgesloten
en op die datum nog niet is afgelopen, wordt niet omgezet in een vast
dienstverband als deze aan alle voorwaarden daarvoor voldoet. Dus bijvoorbeeld
de vierde tijdelijke arbeidsovereenkomst in een rij is. Pas als binnen 3 maanden
een nieuwe tijdelijke arbeidsovereenkomst wordt afgesloten, wordt deze omgezet
in een vast dienstverband.
De uitzendovereenkomst
De uitzendrelatie wordt beschouwd als arbeidsovereenkomst tussen
uitzendkracht en uitzendwerkgever,
gededetacheerde en detacheringsbureau,
arbeidspooler en arbeidspool.
Twee afwijkingen
Wel gelden twee afwijkende bepalingen voor de eerste 26 weken (dan wel de
periode in de uitzend-CAO) waarin de uitzendkracht feitelijk voor een
uitzendwerkgever werkt:
De eerste 26 weken
Na 26 weken
Nadat u in 26 weken (dan wel de periode in de uitzend-CAO) hebt gewerkt voor
één uitzendwerkgever, gaan de regels gelden voor tijdelijke arbeidsovereenkomsten.
Dat betekent onder meer dat:
Overgangsregeling
Uitzendovereenkomsten die vóór 1 januari 1999 zijn ingegaan, eindigen
automatisch op de afgesproken datum. Voor een volgende uitzendovereenkomst na 1
januari 1999 gelden de hier beschreven regels. Voor de bepaling van de 26
weken-eis (dan wel de periode in de uitzend-CAO) mag teruggekeken worden tot 1
januari 1996.
Overige regels voor uitzendwerk
In de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI) staan
voor uitzendwerk onder andere de volgende regels:
Aansprakelijkheid voor bedrijfsongevallen van
uitzendkrachten
De uitzendwerkgever en de inlenende werkgever zijn in beginsel allebei
aansprakelijk voor de schade die een uitzendkracht oploopt als gevolg van een
bedrijfsongeval. U kunt dus kiezen wie u aanspreekt voor schadevergoeding.
Opzegreden desgevraagd schriftelijk meedelen
Wanneer uw werkgever of u de arbeidsovereenkomst opzegt, moet u elkaar
desgevraagd de reden daarvoor schriftelijk meedelen. Dit geldt ook voor
opzegging tijdens de proeftijd of bij ontslag op staande voet.
Opzegtermijnen voor de werkgever
Voor de werkgever gelden de volgende opzegtermijnen. Bij een arbeidsrelatie
De opzegtermijn wordt berekend over de totale duur van de arbeidsrelatie. Hier horen ook tijdelijke arbeidsovereenkomsten bij die aan het vaste dienstverband voorafgingen en die telkens binnen drie maanden werden verlengd. De opzegtermijn wordt dan berekend vanaf het begin van de eerste tijdelijke arbeidsovereenkomst, inclusief tussenliggende perioden.
Uw werkgever en werknemer mogen de opzegtermijn voor de werkgever schriftelijk verlengen. Verkorten mag alleen bij CAO.
Wel mag uw werkgever de opzegtermijn met 1 maand verkorten als hij een ontslagvergunning van het arbeidsbureau heeft. Altijd moet ten minste 1 maand opzegtermijn overblijven.
Opzegtermijnen voor de werknemer
Voor u is de opzegtermijn 1 maand.
U kunt met uw werkgever schriftelijk een kortere of langere opzegtermijn afspreken. Bij verlenging mag uw opzegtermijn maximaal 6 maanden zijn en moet de opzegtermijn voor uw werkgever minstens twee keer zo lang zijn als die van u. Van deze dubbele termijn kan in de CAO worden afgeweken, maar de opzegtermijn moet dan ten minste even lang zijn als uw opzegtermijn.
Overgangsregeling
De Wet flexibiliteit en zekerheid bevat een overgangsregeling voor
werknemers die op 1 januari 1999 45 jaar of ouder zijn en op dat moment al een
langere opzegtermijn hebben opgebouwd dan volgens de nieuwe wet zou gelden. Voor
hen blijft de langere opzegtermijn van toepassing.
Opzegtermijn bij faillissement
Bij faillissement hoeft geen ontslagvergunning aangevraagd te worden. De
curator en de werknemers kunnen de arbeidsovereenkomst dan opzeggen met een
opzegtermijn van maximaal 6 weken.
Ontslagverboden
De Wet flexibiliteit en zekerheid beperkt het ontslagverbod bij ziekte en
voert naast de bestaande enkele nieuwe ontslagverboden in.
Beperking ontslagverbod tijdens ziekte
Uw werkgever mag u niet ontslaan als u ziek bent.
Dit ontslagverbod geldt echter niet meer
Ontslagverbod wegens vakbondswerk
Uw werkgever mag u evenmin ontslaan omdat u lid bent van een vakbond, of
vakbondswerk in de onderneming uitvoert (let op: tijdens werktijd alleen met
toestemming van de werkgever).
Overige nieuwe ontslagverboden
Verder mag de werkgever u niet ontslaan
Ontslagvergunning
Uw werkgever kan alleen met een ontslagvergunning van de RDA een vast
dienstverband beëindigen of een tijdelijke arbeidsovereenkomst tussentijds
opzeggen. U hebt geen ontslagvergunning nodig, en kunt direct opzeggen met de
voor u geldende opzegtermijn.
Bezwaar maken
U krijgt van de RDA een ontvangstbevestiging van de ontslagaanvraag en kunt
vervolgens bezwaar maken. Bijvoorbeeld omdat u vindt dat er geen reden voor
ontslag is of dat niet u maar een andere werknemer voor ontslag in aanmerking
komt. De RDA beslist op basis van de informatie van uw werkgever en uw eventuele
bezwaar om wel of geen ontslagvergunning af te geven.
Als uw werkgever na verkregen ontslagvergunning uw arbeidsovereenkomst opzegt, mag hij de opzegtermijn met 1 maand verkorten. Altijd moet ten minste 1 maand opzegtermijn overblijven.
Bezwaar niet altijd nodig
Soms is ontslag vanwege bedrijfseconomische omstandigheden onafwendbaar.
Eigenlijk heeft het dan geen zin om bij de RDA bezwaar tegen dit ontslag te
maken. Werknemers maken soms toch 'pro forma bezwaar' om te voldoen aan de
vereiste voor een WW-uitkering dat zij niet-verwijtbaar werkloos zijn. Dit pro
forma bezwaar maakt procedures onnodig lang omdat het ontslag toch onafwendbaar
is.
Volgens de Wet flexibiliteit en zekerheid geldt daarom een ontslagvergunning van de RDA vanwege bedrijfseconomische omstandigheden als bewijs van niet-verwijtbare werkloosheid. U hebt dan recht op een WW-uitkering, mits u aan de overige eisen daarvoor voldoet.
Geen bezwaar?
Hebt u geen bezwaar, dan moet uw werkgever bij zijn ontslagaanvraag een
ingevulde en door u ondertekende verklaring-van-geen-bezwaar indienen waarin u
dat kenbaar maakt. Een standaardformulier is verkrijgbaar bij het arbeidsbureau.
De RDA toetst de ontslagaanvraag in een verkorte procedure op juistheid en zal
in de meeste gevallen op korte termijn een ontslagvergunning kunnen verlenen.
Wet melding collectief ontslag
Bij een collectief ontslag is de wachttermijn voor het indienen van
ontslagaanvragen 1 maand.
Uw werkgever hoeft deze termijn niet in acht te nemen als de belanghebbende vakbonden ermee instemmen dat de ontslagaanvragen onmiddellijk worden ingediend.
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst
Uw werkgever kan bij de kantonrechter een verzoek indienen om de
arbeidsovereenkomst te ontbinden. Dit doet hij wanneer hij de overeenkomst niet
kan opzeggen. Bijvoorbeeld omdat u ziek bent en een wettelijk ontslagverbod
geldt. Het kantongerecht stuurt u bericht over het ontbindingsverzoek. Het is
raadzaam dat u zich juridisch laat bijstaan door een advocaat, bijvoorbeeld via
het Bureau voor Rechtshulp.
De kantonrechter moet bij een ontbindingsverzoek controleren of een ontslagverbod bestaat. Hij moet dus nagaan of u bijvoorbeeld ziek, zwanger, lid van de OR of lid van een vakbond bent.
Uw werkgever moet bij een ontbindingsverzoek als u ziek bent een door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) getoetst reïntegratieplan overleggen. Anders neemt de kantonrechter het verzoek niet in behandeling.
Als de kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst ontbonden moet worden, bepaalt hij tevens de datum van de ontbinding. Vaak doet hij ook een uitspraak over een vergoeding die uw werkgever u moet betalen vanwege de ontbinding. Er bestaat geen hoger beroep of beroep in cassatie tegen de beslissing van de kantonrechter.
Vergoeding en WW
De vergoeding bij ontbinding wordt beschouwd als loon dat u zou hebben gehad
tijdens de opzegtermijn, als uw werkgever de arbeidsovereenkomst zelf had
opgezegd. Dit betekent dat u pas recht op een WW-uitkering krijgt na het
verstrijken van die opzegtermijn of een deel daarvan.
Bijvoorbeeld: u verdient fl. 3000,- /
1361,34
netto per maand en uw opzegtermijn is 3 maanden. De vergoeding bij het ontbinden
van de arbeidsovereenkomst is
fl. 3000,-/
1331,64 Uw WW-uitkering begint nu na 1 maand.
Maar zou de vergoeding fl.15.000 zijn, dan begint uw WW-uitkering na 3
maanden.
Het is niet van belang of de vergoeding wordt verleend voor pensioenschade, immateriële schade of andere bestemmingen die niet als loon beschouwd worden. Alleen door u gemaakte proceskosten mogen van de vergoeding worden afgetrokken.
Loon of uitkering bij ziekte
U hebt tijdens ziekte recht op loon wanneer u een arbeidsovereenkomst hebt
en door ziekte niet kunt werken.
U maakt onder bepaalde voorwaarden aanspraak op een Ziektewet-uitkering wanneer
u
Voor een Ziektewet-uitkering moet u zich (eventueel via de werkgever) melden bij de uitvoeringsinstelling.
Recht op een WW-uitkering?
U hebt mogelijk recht op een WW-uitkering
Om een WW-uitkering aan te kunnen vragen, moet u zich inschrijven bij het arbeidsbureau en zich melden bij de uitvoeringsinstelling.
Wilt u meer informatie?
Als u naar aanleiding van deze tekst nog vragen heeft, kunt u contact
opnemen met de Informatietelefoon van het ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid, tel. 0800-9051 (gratis), fax 070-3336655.
Voor algemene vragen aan de rijksoverheid kunt u gratis bellen met de Postbus 51 infolijn, tel. 0800-8051 (elke werkdag van 9.00 tot 21.00 uur).